Dit is de voortgezette website van het voormalige

 

Begin

Slechtziend,blind of
slechthorend

Zorg
Algemeen

Gemeente Velsen

WMO

Ouderen

Mobiliteit

Recreatie

Meer achtergrond

Weer, webcams en ontspanning

Nieuwsoverzicht

Eerder nieuws

Nieuwsbrieven

Links

Achtergrond

Kadernota Van Zorg naar Participatie - Raad Velsen

Uitgangspunten

• de burger is het vertrekpunt, niet het (bestaande) aanbod

Binnen de AWBZ is sprake van een verzekerde aanspraak op begeleiding. Binnen de Wmo is het compensatiebeginsel leidend: het te behalen resultaat voor burgers staat centraal.

• kijken naar wat mensen wél kunnen; niet alleen naar hun beperkingen

Uitgaan van de eigen kracht en mogelijkheden van mensen staat centraal binnen de Wmo. Begeleiding binnen de Wmo is niet alleen gericht op het compenseren van beperkingen, maar ook op het activeren van mogelijkheden.

• begeleiding richten op maatschappelijke participatie

Onder de Wmo zal begeleiding gericht zijn op participatie in de reguliere maatschappij. Aandacht voor het opbouwen van sociale contacten waar mensen zelf voor kiezen (met gelijkgestemden in plaats van gelijkbeperkten) en dagbesteding in een zo normaal mogelijke omgeving.

• begeleiding door het sociale steunsysteem waar dat kan; begeleiding door professionals waar dat moet

Mensen die op dit moment vanuit de AWBZ begeleiding krijgen zijn kwetsbaar en krijgen professionele ondersteuning. Binnen de Wmo zal die begeleiding zich, meer dan nu, op het hele sociale steunsysteem richten. Mantelzorg, vrijwilliger en professional vormen een netwerk om de cliënt heen.

• het eigen netwerk wordt versterkt en ondersteund waar nodig

Bij de toeleiding naar begeleiding zal bij de gemeente aandacht worden besteed aan de mogelijkheden van het eigen netwerk. Het langdurig oplossen van belemmeringen binnen het eigen netwerk heeft sterk de voorkeur. De cliënt houdt daarbij de regie dichtbij en de kosten voor begeleiding worden beperkt gehouden. Het versterken van het netwerk en het bieden van adequate ondersteuning is daarbij van groot belang.

• laagdrempelige, algemene (wijk)voorzieningen waar dat kan; individuele, geïndiceerde voorzieningen waar dat moet

Binnen de Wmo zal begeleiding waar mogelijk als laagdrempelige (wijk)voorziening worden aangeboden. Het gaat dan veelal om voorzieningen waar zonder ingewikkelde aanvraagprocedure gebruik van gemaakt kan worden. Ze onderscheiden zich van individuele voorzieningen doordat deze laatste door middel van een bestuursrechtelijk besluit aan een individu wordt toegekend.

Doelen

Om de genoemde uitgangspunten te concretiseren zijn onderstaande doelen geformuleerd.

1. Er wordt meer ondersteuning geboden vanuit het sociaal steunsysteem.

Gemeenten stimuleren dit door in te zetten op preventie, goede mantelzorgondersteuning en het versterken van de eigen kracht van inwoners en/of het sociale netwerk.

2. De gemeenten vinden oplossingen voor ervaren belemmeringen vaker dichtbij huis in lokale wijkvoorzieningen.

Realisatie is mogelijk door in samenwerking met partners (zoals vrijwilligers, welzijn en (zorg)aanbieders) passende collectieve voorzieningen op te zetten, zoals dagbesteding.

3. Het aanbod van begeleiding is kwalitatief goed.

Afspraken met (zorg)aanbieders over de te leveren kwaliteit en toetsing blijven wel nodig.

4. Financiële middelen worden efficiënter ingezet.

Dat gebeurt door dialoog voor- en toetsing achteraf, maar ook door het inbouwen van prikkels om de begeleiding af te bouwen of over te dragen naar een goedkopere voorziening.